Er komt een man bij de dokter

depressief

Er komt een man bij de dokter.

“Dokter, ik denk dat ik depressief ben.”

“Oh, en waarom denkt u dat dan?”

“Ik denk veel sombere gedachten.”

“Oh, en hoe voelt u zich daarbij?”

“Ik voel me zwaarmoedig en verdrietig.”

“Ik adviseer u 3x daags dit pilletje en 1x daags een flinke wandeling. Oh, dat heeft u allemaal al geprobeerd. Ik verwijs u door.”

Er komt een man bij de psychiater.

“Psychiater, ik denk dat ik depressief ben.”

“Oh, dan moeten we eerst een uitgebreide anamnese doen met de DSM-V bijbel erbij.”

“Wat is de DSM-V bijbel?”

“Daarin staan alle psychische stoornissen en kunnen we aan de hand van een checklist kijken waar u precies last van heeft.”

“Maar ik ben niet psychisch gestoord, ik ben alleen depressief.”

Een paar maanden later. Er komt een man bij de lachtherapeut.

“Therapeut, ik denk dat ik depressief ben.”

“Oh, en hoe voelt u zich daarbij?”

“Nou, ik voel me zwaarmoedig en verdrietig. En de laatste tijd voel ik me ook niet gehoord.”

“Goh, en hoe zou u zich willen voelen dan?”

“Nou, ik zou wel weer eens vrolijk willen zijn en lekker willen lachen.”

“Laat dat nu onze specialiteit zijn, welkom.”

Wanneer de cliënt de praktijk van de lachtherapeut verlaat schemert er een glimlach op zijn gezicht. Een paar weken later, bij de tweede afspraak zegt de cliënt:

“Ik denk dat dit de laatste sessie wordt.”

“Hoezo?” vraagt de lachtherapeut.

“Ik lach steeds meer en ik weet niet meer precies hoe het was om me depressief te voelen. Eigenlijk wil ik dat ook niet meer weten.”

“Geweldig,” zegt de lachtherapeut. “In deze sessie zullen we deze goede gevoelens versterken en een toekomstbeeld schetsen. Wat dacht je daarvan?”

“Prima,” zegt de man. “Ik heb er nu al zin in.”